Daar zit ik dan. Een poëzierecensent met een bundel zonder gedichten naast zijn laptop. Tenminste, als we de dichter mogen geloven. Arnoud Rigter noemt de werken die hij in zijn bundel Het duimzuigend fossiel publiceert ‘gedichtachtigen’. Hij lijkt zich daarmee in te dekken tegen de algemene opvatting dat een gedicht een talig kunstwerk is. Rigter zelf vat het begrip ‘gedicht’ duidelijk breder op. De bundel bestaat uit potloodtekeningen (3 m2 beeld, meldt de flap), die op het eerste gezicht vooral lijken op uit de hand gelopen droedels, waar dichtregels in zijn verwerkt. Volgens het grappige naschrift vormt deze bundel een ‘touwtrek-tweeluik’ met De onaangebroken stad, de bundel gedichten die Rigter schreef als stadsdichter van Eindhoven en die aanmerkelijk meer lijken op ‘gedichten’. Met deze tegenhanger zoekt Rigter de grenzen op van wat je poëzie kunt noemen.
De recensie is hier te lezen.
0 reacties:
Een reactie plaatsen